Organisatie >> Kerkrentmeesters >> Beheer >> Begraafplaats

Begraafplaats

 

De Protestantse Gemeente te Etten-Leur beheert de Protestants Christelijke begraafplaats aan de Lange Brugstraat 124a in Etten-Leur. Op deze begraafplaats is geen postbus aanwezig. Eventuele post moet gestuurd worden aan Postbus 46 4870 AA, Etten-Leur.

Op deze begraafplaats bestaat naast het begraven ook de mogelijkheid tot het plaatsen van urnen in een columbarium of urnengraf. Een strooiveld voor het uitstrooien van de as van een overledene is aanwezig. 
De begraafplaats is dagelijks te bezoeken.

 

Beheerder van de begraafplaats:

de heer J.T. Kraaijeveld, tel. 06-42768384

 

Je kunt bij hem ook terecht voor het reserveren van grafruimte of voor informatie over grafrechten etc.

 

Voor reglement begraafplaats klik hier

 

OPROEP

 

De beheerder van de begraafplaats is op zoek naar de volgende personen:

 

Mevrouw Margriet Damwijk,

Laatst bekende adres: Prins Hendrikstraat 15, 4388KL Oost-Souburg.

Mevrouw Damwijk is rechthebbende van het graf van de heer

Cornelis Hendricus Damwijk,

geboren 14-5-1930 en overleden 28-10-1996.

Ook nabestaanden van mevrouw Damwijk of andere personen die informatie kunnen verschaffen, worden verzocht contact op te nemen met:

Hans Kraaijeveld (beheerder begraafplaats),

tel.nr.: 06 42 76 83 84.

 

Mevrouw Janna Johanna Minnen - Lourens,

Laatst bekende adres: Champetterberg 47, 4707 DC  Roosendaal.

Mevrouw Minnen is rechthebbende van het graf van de heer Steven Minnen,

geboren 22-12-1921 en overleden 17-07-1992.

Ook nabestaanden van mevrouw Minnen of andere personen die informatie kunnen verschaffen, worden verzocht contact op te nemen met:

Hans Kraaijeveld (beheerder begraafplaats),

tel.nr.: 06 42 76 83 84.

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

REGLEMENT BEGRAAFPLAATS

Protestantse Gemeente Etten-Leur

 

 

Hst. 1  ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen.

1.     Dit reglement verstaat onder:

administrateur: degene die door  het college van kerkrentmeesters is aangewezen voor het verzorgen van de administratie van de begraafplaats;

asbus: een bus ter berging van de as van een overledene;

beheerder: degene die door het college van kerkrentmeesters belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;

columbarium: een verzameling van nissen, waarvan voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verkregen om daarin urnen dan wel asbussen te doen bijzetten;

gedenkteken: een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren daaronder begrepen kettingen en hekwerken;

grafbedekking: een gedenkteken en/of grafbeplanting;

grafbeplanting: blijvende en niet-blijvende beplanting welke door de rechthebbende op een graf wordt aangebracht;

grafrust(termijn): periode waarin een lijk niet opgegraven mag worden, behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit;

particulier (eigen) graf, ook wel familiegraf genoemd:

een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

-het doen begraven en begraven houden van lijken.

-het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen.

-het doen verstrooien van as;

particulier (eigen) urnengraf:

een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

-het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen.

-het doen verstrooien van as;

particuliere (eigen) urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

rechthebbende: degene die een uitsluitend recht op een particulier graf heeft;

uitgiftetermijn (graftermijn): de termijn gedurende welke men het recht heeft een lijk te doen begraven en begraven houden;

uitsluitend recht (of grafrecht): het recht om gedurende een(on) bepaalde periode één of meer lijken in het graf te doen begraven of begraven te houden;

urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid.

2.     Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt, voorzover van belang onder ‘particulier graf’ (=eigen graf) mede verstaan: particulier (eigen) urnengraf, particuliere (eigen) urnennis en particuliere (eigen) verstrooiingsplaats.

Artikel 2. Beheer.

Het beheer van de kerkelijke begraafplaats berust bij de Protestantse Gemeente te Etten-Leur, vertegenwoordigd door het college van kerkrentmeesters. Het college van kerkrentmeesters wijst een beheerder aan. De beheerder kan in overleg met het college één of meer plaatsvervangers aanwijzen om tijdens zijn afwezigheid voorkomende beheerstaken te vervullen.

Artikel  3. Bepalingen m.b.t. tot begraven.

1.    Op de prot.-chr. begraafplaats te Etten-Leur kunnen alleen personen begraven worden die een directe dan wel indirecte binding hadden of gehad hebben met de Protestantse Gemeente te Etten-Leur, tenzij volgens de regels van eerdere reglementen en overeenkomsten een graf gereserveerd is.

2.    Bepaling 1 is tevens van toepassing op het plaatsen van asbussen of urnen en het verstrooien van as.

3.    De nabestaande dient via de begrafenisondernemer het ‘Verzoek om te begraven/asbus bij te zetten/as te verstrooien’ in bij de beheerder of diens vervanger.

4.    De beslissing over het verzoek tot begraven etc. wordt genomen door de beheerder van de begraafplaats, dan wel diens vervanger. Bij twijfel hieromtrent dient nader overlegd te worden met de voorzitter van het college van kerkrentmeesters en eventueel met de voorzitter van de kerkenraad.

Artikel 4. Administratie.

De administratie van de begraafplaats wordt gevoerd door het college van kerkrentmeesters of door een door het college van kerkrentmeesters aangewezen administrateur. Bij de registratie van persoonsgegevens worden de voorschriften van de Wet Bescherming Persoonsgegevens in acht genomen.

Artikel 5. Register.

Het college van kerkrentmeesters of de administrateur houdt een register bij van alle op de begraafplaats begraven lijken en bijgezette asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven of bijgezet zijn en een plattegrond van de begraafplaats. In dit register worden ook aangetekend de door het college van kerkrentmeesters reeds uitgegeven, maar nog niet gebruikte graven. Het register en de plattegrond zijn openbaar en worden in tweevoud bijgehouden.

 

Hst. 2  OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 6. Openstelling begraafplaats.

1.    De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang. Kinderen beneden 12 jaren hebben slechts toegang, indien zij zijn vergezeld van een volwassene.

2.    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

3.    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

4.    Het is niet toegestaan honden op de begraafplaats toe te laten.

 

 

Artikel 7. Ordemaatregelen.

1.    Het is aan steenhouwers, hoveniers en andere personen die werkzaamheden op de begraafplaats verrichten verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, diens vervanger of het college van kerkrentmeesters, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.

2.    Het is verboden zonder noodzaak over de graven te lopen, beplantingen te beschadigen of bloemen te plukken.

3.    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

4.    Degenen die het in het tweede lid vermelde verbod overtreden of zich niet houden aan de in het derde lid bedoelde aanwijzingen, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Artikel 8. Plechtigheden.

1.    Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder, diens vervanger of het college van kerkrentmeesters onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

2.    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

3.    Bijeenkomsten op de begraafplaats die het karakter van een openbare manifestatie hebben of naar het oordeel van het college van kerkrentmeesters zullen hebben, kunnen door het college van kerkrentmeesters worden verboden.

Artikel 9. Opgravingen en ruimen.

1.    Het opgraven van lijken en het ruimen van graven gebeurt door daartoe aangewezen gekwalificeerde personen c.q. gecertificeerde bedrijven.

2.    Andere personen is het niet geoorloofd daarbij aanwezig te zijn behoudens schriftelijke toestemming van de beheerder. De beheerder,noch diens vervanger(s), noch het college van kerkrentmeesters, noch andere bestuurders van de Protestantse Gemeente te Etten-Leur zijn aansprakelijk voor schade van welke aard ook, die mocht ontstaan aan personen die ter bijwoning van het opgraven van lijken of het ruimen van graven op de begraafplaats aanwezig zijn.

 

Hst. 3  VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 10. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf.

1.    Degene die wil doen begraven of as wil doen bijzetten, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen  voorafgaande aan die waarop de begraving of bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

2.    Op de kist  of het omhulsel van het lijk wordt een registratienummer aangebracht, dat correspondeert met het nummer, vermeld op een bijgevoegd document (art 8 lid 1 Wlb) dat tevens de namen, de datum van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat, nadat is vastgesteld dat het document betrekking heeft op het lijk.

3.    Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder van de begraafplaats heeft vastgesteld dat het op de kist of het omhulsel vermelde registratienummer overeenkomt met het nummer vermeld op het document als genoemd in lid 2.

4.    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door de medewerkers van de begraafplaats dan wel door degenen die met deze werkzaamheden zijn belast, op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.  De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt (zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag). Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 11. Over te leggen stukken.

1.    Begraving  mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van de as is overgelegd aan de beheerder.

2.    Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

3.    Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaats vinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaren. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 16, tweede lid.

4.    De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken volledig en juist zijn.

Artikel 12. Tijden van begraven en asbezorging.

1.    Op zondagen, christelijke of algemeen erkende feestdagen wordt geen gelegenheid gegeven tot begraven en bezorgen van as, tenzij de burgemeester een van de normale termijn afwijkende termijn voor begraving of crematie heeft gesteld of het college van kerkrentmeesters hiervoor toestemming heeft verleend.

2.      Op de overige dagen zijn de tijden van begraven en het bezorgen van as van 10.00 uur

tot 16.00 uur

Het college van kerkrentmeesters kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

 

Hst. 4  DE GRAVEN

Artikel 13. Soorten graven.

  Op de begraafplaats kunnen worden onderscheiden:

a. particuliere graven, particuliere urnengraven en particuliere urnennissen

b. verstrooiingsplaatsen(strooiveldjes)

c. grafkelders

Artikel 14. Particulier graf.

1.    Een uitsluitend recht op een graf kan alleen schriftelijk worden verkregen. Door of namens het college van kerkrentmeesters wordt een akte van grafuitgifte opgemaakt (grafakte).

2.    Het college van kerkrentmeesters bepaalt hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de particuliere graven kunnen plaatshebben.

3.    Het college van kerkrentmeesters bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. Voor particuliere graven geldt een termijn van 20 jaren.

4.    In de akte van grafuitgifte wordt vermeld welk graf is uitgegeven tegen welke prijs en voor welke termijn.

5.    De rechthebbende op het graf ontvangt een exemplaar van de akte van grafuitgifte.

6.    Het college van kerkrentmeesters heeft de urnennissen in beheer, maar geeft de gelegenheid tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen.

 

Artikel 15. Verstrijking en verlenging termijn particulier graf.

1.    De rechthebbende van een particulier graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd voor bepaalde tijd kan verzoeken deze termijn te verlengen. Het uitsluitend recht op een graf wordt op verzoek van rechthebbende na verstrijking van de uitgiftetermijn verlengd, mits het verzoek gedaan is binnen twee jaren voor het verstrijken van de termijn. De verlenging geschiedt telkens voor 10 jaren.

2.    Het college van kerkrentmeesters doet binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht, aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn van het bepaalde in lid 1.

3.    Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in lid 2, om verlenging van het recht is verzocht, maakt het college van kerkrentmeesters de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De aankondiging blijft beschikbaar tot het einde van de periode waarvoor het recht op een particulier graf was gevestigd.

Artikel 16. Overschrijving van verleende rechten.

1.    Het uitsluitend recht op een graf resp. urnenplaats of urnennis kan op schriftelijk verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de hiervoor genoemden, is slechts mo­gelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

2.    Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner, dan wel  een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits het verzoek hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen twee jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van anderen, is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

3.    Indien binnen de in lid 2 gestelde termijn geen verzoek tot overschrijving is gedaan, kan het college van kerkrentmeesters het recht vervallen verklaren.

Artikel 17.

1.    Van iedere overboeking van het recht op een graf wordt aantekening gehouden in het in artikel 5 genoemde register.

2.    De rechthebbende krijgt een bewijs van overboeking.

Artikel 18. Grafkelder.

Het college van kerkrentmeesters kan aan de rechthebbende op een particulier graf, indien daartoe de mogelijkheden aanwezig zijn, vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college van kerkrentmeesters te stellen voorwaarden.

Artikel 19. Einde grafrechten.

1.   De grafrechten vervallen:

a.     door het verlopen van de termijn;

b.     indien de rechthebbende of gebruiker schriftelijk afstand doet van het recht  ten behoeve van het college van kerkrentmeesters. Van de ontvangst van zodanige verklaring zendt het college een schriftelijke bevestiging aan de rechthebbende;

c.     indien de begraafplaats wordt opgeheven.

2.       Het college van kerkrentmeesters kan de grafrechten vervallen verklaren:

a.   indien de betaling van het gebruiksrecht en de onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht - ondanks een aanmaning - niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;

b.   indien de rechthebbende - ondanks een aanmaning - in verzuim blijft een op grond van dit reglement op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

c.   indien de rechthebbende van een graf is overleden en het recht niet binnen één jaar is overgeschreven.

3.         In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten.

4.        De eventueel op het graf aanwezige grafbedekking kan gedurende een maand vóór het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht kan de rechthebbende geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden.

5.         Onverminderd het bepaalde in voorgaande leden is de rechthebbende of degene die opdracht heeft gegeven een grafrecht te vestigen of andere diensten te verrichten, een uitvaartver­zorger inbegrepen, bij niet (tijdige) betaling van kosten die verband houden met werkzaamheden of diensten in verband met lijkbezorging of plechtigheden als bedoeld in artikel 10 of maatregelen als bedoeld in artikel 20, zonder dat nadere ingebrekestelling is vereist, in gebreke. Het college van kerkrentmeesters is alsdan gerechtigd om vanaf de factuurdatum aan de rechthebbende in rekening te brengen:

- rente ad 1,5% per maand - een gedeelte van een maand als een maand gerekend – over het opeis­bare   bedrag;

- administratiekosten, gesteld op 10% van het factuurbedrag, met een minimum van € 25,- per factuur;

- alle gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten; deze laatste worden wat omvang betreft bepaald door de door het college van kerkrentmeesters met de inning belaste advocaat en/of een incassobureau.

 

Hst. 5  GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 20. Toestemming grafbedekking.

  1. Voor het aanbrengen van een grafbedekking is schriftelijk toestemming nodig van de beheerder, diens vervanger of  het college van kerkrentmeesters.
  2. Het college van kerkrentmeesters kan in een uitvoeringsbesluit nadere regels vaststellen over de wijze van aanvragen van toestemming, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.
  3. Het college van kerkrentmeesters kan de toestemming weigeren of intrekken indien:

niet voldaan wordt aan de eventueel door hen vastgestelde nadere regels als bedoeld in lid 2;

de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

  1. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van grafbedekking komen voor rekening van de rechthebbende.
  2. Toestemming voor het aanbrengen van een grafbedekking op een particulier graf moet worden aangevraagd door en wordt gesteld op naam van de rechthebbende van het graf. Bij overschrijving van dat recht wordt de als dan ingeschreven rechthebbende beschouwd als de houder van de toestemming.

Voor het plaatsen van een grafbedekking moet vooraf een verwijderingsbijdrage worden betaald. Bij verwijdering van de grafbedekking door of namens de rechthebbende wordt de reeds betaalde verwijderingsbijdrage gerestitueerd aan de rechthebbende.

 

Artikel 20a.

1.     De in artikel 20 bedoelde grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vorst, storm, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een grafbedekking ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende.

2.     De rechthebbende is verplicht de - door welke omstandigheden ook - aan een grafbedekking  toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college van kerkrentmeesters het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.

3.     Indien door een ondeugdelijk geworden constructie een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een grafbedekking, tombe of grafkelder, kan het college van kerkrentmeesters direct maatregelen treffen.

4.     Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college van kerkrentmeesters bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de grafbedekking over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het college van kerkrentmeesters tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende over te gaan.

Artikel 21. Grafbeplanting.

Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door degene die belast is met het onderhoud op de begraafplaats worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een mondeling of schriftelijk verzoek heeft gedaan bij de beheerder. Indien deze voorwerpen na afloop van deze periode niet door de rechthebbende zijn afgehaald, worden zij vernietigd. 

Artikel 22. Verwijdering grafbedekking.

1.     Ingeval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het college van kerkrentmeesters, voor zover de plicht van onderhoud van de grafbedekking niet bij hem ligt, deze verwaarlozing in een schriftelijke verklaring vastleggen en toezenden aan rechthebbende. Rechthebbende dient binnen één jaar na ontvangst daarvan in onderhoud te voorzien.

2.     Indien de ontvangst van de verklaring, als genoemd in lid 2, niet bevestigd wordt, maakt het college van kerkrentmeesters de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.

3.     Wanneer toepassing is gegeven aan het gestelde in de hiervoor genoemde leden 1. en 2. en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in de hiervoor genoemde leden 1. en 2. is verstreken.

4.     Als het recht op een graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in lid 2. is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstreken.

5.     De grafbedekking vervalt, na het verstrijken van de graftermijn, aan de Protestantse Gemeente te Etten-Leur indien de grafbedekking niet binnen drie maanden, nadat deze van het graf is verwijderd, door of namens de rechthebbende is afgehaald.

6.     Het college van kerkrentmeesters is bevoegd een grafbedekking voor haar rekening tijdelijk weg te nemen, indien dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is.

 

Hst. 6  ONDERHOUD

Artikel 23. Onderhoud door het college van kerkrentmeesters.

1.     Ten einde de kosten van aanleg, instandhouding en onderhoud van de begraafplaats te dekken, worden rechten geheven volgens de bij dit beheersreglement behorende tarievenlijst die jaarlijks kan worden herzien.

2.     Het college van kerkrentmeesters belast zich met het onderhoud van de begraafplaats, waaronder wordt verstaan het onderhoud aan gebouwen en paden, het maaien van het gras, het verzorgen van de algemene beplanting en de watergangen  e.d.

3.     Het college van kerkrentmeesters accepteert geen aansprakelijkheid voor schade, door welke oorzaak ook ontstaan aan de grafbedekking of ieder ander voorwerp dat zich op het graf bevindt.

Artikel 24. Onderhoud door de rechthebbende.

1.     De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk  te (laten) onderhouden en eventuele beschadigingen (breuk, vervaging opschriften e.d.) te (laten) herstellen. De rechthebbende is verplicht harde grafbedekking na verzakking opnieuw te (laten) stellen.

2.     Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of een ander breekbaar materiaal op een graf te plaatsen. Tevens is het niet toegestaan om voor, achter en naast de grafbedekking potten, vazen etc. te plaatsen.

3.     Schade aan de grafbedekking als bedoeld in artikel 23 lid 3 komt voor rekening van de rechthebbende.

4.     Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te herstellen, en daardoor een risico ontstaat van schade aan derden, kan het college van kerkrentmeesters met inachtneming van het gestelde in artikel 23 lid 3 de grafbedekking geheel of gedeeltelijk doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de Protestantse Gemeente te Etten-Leur, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

 

Hst. 7 RUIMING VAN GRAVEN

Artikel 25.

1.      Met inachtneming van de  Wet op de lijkbezorging en overige toepasselijke regelgeving kan de beheerder van de begraafplaats graven doen ruimen, mits dit gebeurt door daartoe gekwalificeerde personen c.q. gecertificeerde bedrijven. Ruiming van een particulier graf waarop nog grafrechten rusten, kan niet dan met toestemming van de rechthebbende van dat graf.

2.      Het voornemen van de beheerder om een particulier  graf te ruimen, gebeurt door middel van het plaatsen van een bordje bij het te ruimen graf. Plaatsing daarvan geschiedt gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan  het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden.

3.      Van het voornemen tot ruiming wordt aan rechthebbende schriftelijk mededeling gedaan bij het bij de beheerder van de begraafplaats bekend zijnde adres van rechthebbende.

4.         De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven op een daartoe bestemd, afgesloten gedeelte van de begraafplaats. As uit bijgezette urnen wordt verstrooid op de daarvoor bestemde plaats. Hierbij dient de nodige piëteit in acht te worden genomen.

5.      De rechthebbende van een particulier graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen (schudden), dan wel deze elders te doen herbegraven. Aan een dergelijk verzoek zal worden voldaan wanneer dit niet in strijd is met enig ander artikel uit dit reglement.

6.         Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in particulier graf, kunnen de beheerder vragen om deze na ruiming van het graf ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

 

Hst.  8 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 26

            Direct na de begrafenisplechtigheid dient de rechthebbende op het graf bij de beheerder of

            diens vervanger aan te geven of eventueel in het graf gedeponeerde zaken verwijderd dienen

te worden. Daarna wordt het graf definitief gesloten.

 

Hst. 9 IN STAND TE HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE

             GRAFBEDEKKING

Artikel 27. Lijst.

1.     Het college van kerkrentmeesters houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

2.     Alvorens tot ruiming van graven over te gaan onderzoekt het college van kerkrentmeesters of er graven zijn die in aanmerking komen om op de onder 1. genoemde  lijst te worden bijgeschreven.

3.     Het college van kerkrentmeesters beslist in overleg met de kerkenraad over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

 

Hst.10 KLACHTEN

Artikel 28.

1.     Rechthebbenden en andere bij de begraafplaats belang hebbende personen en leden van de Protestantse Gemeente te Etten-Leur kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats of het nalaten daarvan  bij het college van kerkrentmeesters een schriftelijke klacht indienen.

2.     Het college van kerkrentmeesters beslist binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht. Het college kan deze termijn met ten hoogste dertig dagen verlengen.

3.     Het college van kerkrentmeesters brengt de beslissing omtrent de klacht terstond schriftelijk ter kennis van de klager.

 

Hst. 11  OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 29.

Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2017. Op dat moment vervallen de voordien bestaan hebbende voorschriften en bepalingen op dit gebied, behoudens eerbiediging van rechten, verkregen voor de inwerkingtreding van dit reglement, voorzover niet in strijd met de wettelijke bepalingen.

Artikel 30.

1.     Ingeval van een geschil over de toepassing van dit reglement en in alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het college van kerkrentmeesters.

2.     Wijziging van dit reglement kan plaatsvinden door het college van kerkrentmeesters.

 

Aldus vastgesteld op 11 januari 2017,

 

namens de Protestantse Gemeente te Etten-Leur

 

het college van kerkrentmeesters,

w.g.

(handtekening)

A.A. Quak, voorzitter

 

de kerkenraad,

            w.g.

(handtekening)

J.B. van den Oever, voorzitter

 

Ingangsdatum 1 februari 2017